Menu

Sluiten

Welke kansen bieden de SDGs aan het bedrijfsleven?

Redactie SDGs on Stage - 8 Jul 2019

De Sustainable Development Goals (SDGs) zijn het kompas naar een duurzamere wereld in 2030. De zeventien doelen moeten onder andere armoede, ongelijkheid en klimaatverandering tegengaan en onderwijs, duurzame steden en schone energie stimuleren. DuurzaamBedrijfsleven vroeg SDG-coördinator Hugo von Meijenfeldt hoe het Nederlandse bedrijfsleven kan bijdragen en welke kansen het oplevert.

Welke kansen bieden de SDGs aan het bedrijfsleven?

“Bedrijven moeten redeneren in kansen en niet denken: ik moet weer aan regels voldoen. Op die manier voorkom je dat bedrijven de SDGs als een last zien. De SDGs zijn in 2015 vastgesteld en kijken vijftien jaar vooruit. Er wordt veel vrijheid aan bedrijven gegeven om hier zelf invulling aan te geven. Ik hoor van bedrijven dat de doelen bijdragen in het versterken van hun businesscase op de lange termijn. Dus niet door alleen naar de quick wins te kijken.

Daarnaast bieden de SDGs kansen voor bedrijven om nog professioneler te kijken naar de bedrijfsrisico’s zoals hun energie en grondstoffen. De Nederlandsche Bank zegt bijvoorbeeld dat als bedrijven daar niet verstandig mee omgaan, dit een risico is voor de bedrijfsvoering. Bedrijven moeten beter dan voorheen weten waar hun grondstoffen vandaan komen. Zo kunnen ze bovendien meer impact maken.

Van ondernemers hoor ik dat ze vinden dat de SDGs goed aansluiten op het bedrijfsleven. De doelen zijn gezamenlijk met de bedrijven afgesproken en passen daardoor bij de denkwereld van ondernemers. Ik word daar optimistisch van.”

Is het bedrijfsleven al actief genoeg aan de slag met de SDGs?

“Het is verrassend om te zien dat het bedrijfsleven zich enorm snel aanpast. Veel bedrijven zijn niet opgericht om duurzaamheid of het milieu een boost te geven. Maar je ziet toch dat er een enorme omslag gaande is. Het is goed als bedrijven zich realiseren dat er maatschappelijk meer aan de hand is, dan alleen maar winst te willen maken op de korte termijn. Uiteraard zijn er ook bedrijven die puur goed willen doen.”

Ziet u daarin verschil tussen grote bedrijven en het midden- en kleinbedrijf?

“Het grotere bedrijfsleven heeft vaak meer kennis, menskracht en financiële middelen om de cultuuromslag te bewerkstellingen. Onlangs verscheen er een rapport waarin stond dat het midden- en kleinbedrijf (mkb) wel bekend is met de SDG-doelen, maar dat ze niet goed weten wat ze ermee moeten doen.

Daarom zijn we met organisaties en het mkb in gesprek gegaan om te onderzoeken of het mogelijk is dat grotere partners, zoals de huisbankier, toeleveranciers of afnemers de mkb’ers kunnen helpen om uitvoering te geven aan de SDGs. Het mkb kent immers de huisbankier want ze hebben een bedrijfskrediet nodig. Tot vijf jaar geleden zei een bank: ‘Ik ga niet op de stoel van de ondernemer zitten’. Maar dat klopt niet meer. De bank van nu denkt mee omdat het risico van de ondernemer ook het risico van de bank is.”

Heeft u tips voor het midden- en kleinbedrijf?

“Ik begrijp heel goed dat bedrijven met twintig mensen in dienst geen tijd over hebben om naar voorlichtingsbijeenkomsten of conferenties te gaan. Daarom adviseer ik ze om in gesprek te gaan met hun adviseurs zoals de verzekeraar of VNO-NCW clubs in de regio, omdat ook zij goed in dit onderwerp zijn ingevoerd. Natuurlijk zijn er al hele mooie voorbeelden van startups en sociale ondernemers die zelf invulling hieraan geven. Niet alle bedrijven hebben hulp nodig.”

Waarin is het Nederlandse bedrijfsleven sterk? 

“Nederland doet het goed op het gebied van ‘industrie, innovatie en infrastructuur’ (SDG 9). We staan wereldwijd in de top 3 als het aankomt op het ontwikkelen van innovaties. Ook zijn we sterk in het thema ‘schoon water en sanitair’ (SDG 6). Er wordt niet voor niets gezegd: ‘let’s call the Dutch’ als er iets aan de hand is op watergebied. Ten slotte zijn de Nederlandse bedrijven sterk in het aangaan van partnerschappen (SDG 17). Nederlandse bedrijven zijn goed in polderen: het sluiten van compromissen en met elkaar samenwerken.

Ik heb namens het ministerie van Buitenlandse Zaken een tijd in het buitenland gewerkt. Steeds als er een nieuwe Nederlandse delegatie arriveerde, zagen we dat iedereen over zijn schutting heen met elkaar ging praten. Als Nederlanders zien we dat zelf soms niet meer en vinden we altijd dat het nog beter moet. Maar we gaan niet eerst staken maar vaak direct met elkaar om de tafel zitten om te kijken of we er samen uitkomen. Dat is een sterke eigenschap die je terugziet in het Nederlandse bedrijfsleven.”

En wat zijn dan de moeilijke SDGs voor bedrijven?

“Nederland heeft drie doelen als aandachtpunten aangemerkt. Ten eerste is dat het ondernemen van actie voor een beter klimaat (SDG 13). Het terugdringen van de CO2-uitstoot is een belangrijke uitdaging voor veel bedrijven. Er worden al op verschillende manieren stappen gezet. Bijvoorbeeld door het verminderen van energieverbruik, het overschakelen naar een andere energievorm of warmterugwinning. Ondanks de inspanningen blijft het een uitdaging om dit verder te brengen. Met het nieuwe klimaatakkoord komen er ambitieuze plannen aan, waaraan we met z’n allen hard gaan werken. Ook dat laat zien dat we goed zijn in polderen.  

Een ander hardnekkig probleem is de gendergelijkheid (SDG 5). In het Europese bedrijfsleven blijven we achterlopen op dit gebied. Vrouwen krijgen rond de 5 procent minder betaald dan mannen voor exact hetzelfde werk. In het bedrijfsleven is dit verschil nog iets groter dan bij de overheid. Bij het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap liggen plannen om dit probleem structureel aan te pakken zodat we het voor 2030 kunnen oplossen. Langs de natuurlijke weg lost het zich namelijk niet vanzelf op.

Ten slotte is onze voetafdruk in het buitenland te groot. Als iedere consument op aarde zich als een Nederlander zou gedragen, dan hebben we drie planeten nodig. Het bedrijfsleven wilt daarom samen met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat naar een circulaire economie toe te gaan. Eén manier waarop dat kan is door bedrijven meer te laten betalen voor exporteren of verbranden van hun bedrijfsafval. Door afval als iets waardevols te zien en het te hergebruiken of opnieuw tot grondstof te verwerken, voorkomen bedrijven dat het wordt verbrand. Zo sluiten bedrijven de cyclus en bevorderen ze de circulaire economie (SDG 12). Dat is heel mooi en ook nog eens goed voor de portemonnee.”

Hoe brengt de overheid de SDGs bij bedrijven onder de aandacht?

“De overheid is hierin op vier fronten actief. Soms is dat met een verbod of maatregel. Denk bijvoorbeeld aan het verbieden van stortactiviteiten of het lozen van schadelijke stoffen, zoals in het verleden is gebeurd. Ten tweede kan de overheid de fiscale belasting verschuiven door bijvoorbeeld zaken die goed gaan minder te belasten en wat niet goed gaat zwaarder te belasten. De staatssecretaris van Financiën is daar op dit moment mee bezig en zal ook een SDG-check hierop doen.

Voor technologische innovaties nemen we de topsectoren onder de loep. Ook daar worden de SDGs bij betrokken. Dat kan variëren in het verstrekken van subsidies, het verzamelen van innovaties of het opnemen van bedrijven met nieuwe uitvindingen in de handelsdelegatie. De overheid moet hiervoor goed naar het bedrijfsleven luisteren om erachter te komen waar ze kunnen helpen. Ten slotte mag je een goede communicatie vanuit de overheid verwachten over de SDGs zodat bedrijven weten wat ze kunnen doen.”

Moeten bedrijven zowel de negatieve als positieve impact laten zien?

“De zeventien doelen zijn een integraal geheel en horen al bij elkaar sinds de jaren ’80 onder de term duurzame ontwikkeling. Dat kun je niet zomaar uit elkaar trekken. In het besluit in 2015 is daarom opgenomen dat bedrijven niet aan cherry picking mogen doen.

Bovendien zijn er de OESO-richtlijnen voor bedrijven. Die gaan ervan uit van dat je als bedrijf geen achteruitgang mag hebben van de situatie en geen schade mag toebrengen op mens en milieu. Het kan dus niet zo zijn dat je iets goed doet aan de ene kant en anderzijds ergens schade toebrengt.

Bedrijven mogen natuurlijk wel prioriteiten stellen en hoeven niet in te zetten op alle zeventien SDG doelen. Maar dat neemt niet weg dat die andere doelen niet belangrijk zijn. Want alles hangt met alles samen. Een voedselbedrijf kan zich niet alleen met voedsel bezighouden. Zijdelings kom je er dan toch achter dat ook andere thema’s zoals gendergelijkheid een rol spelen binnen een bedrijf.”

Beeld: ministerie van Buitenlandse Zaken en SDG Nederland. 

Deel dit artikel